Waarom dit onderzoek?
Ongetwijfeld heeft u de afgelopen tijd veel over Q-koorts gehoord. Wellicht zijn er ook al veel zwangeren die u vragen stellen over de risico’s van Q-koorts voor henzelf en hun ongeboren kind. Q-koorts wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetii en kan overgedragen worden van dieren, met name geiten en schapen, op de mens.
Q-koorts is in het zuiden van Nederland een groot probleem en lijkt zich naar de rest van Nederlad uit te breiden. In 2009 zijn ruim 2200 mensen ziek geworden. Zwangere vrouwen die besmet zijn met de bacterie zijn vaak asymptomatisch. Of de ziekte echter gevaarlijk is voor de zwangere vrouw of haar ongeboren kind is onbekend. Een kleine studie uit Frankrijk toonde aan dat Q-koorts mogelijk geassocieerd is met miskramen, vroeggeboorte, oligohydramnion, groeirestrictie en intra-uterine vruchtdood. Tevens kreeg de zwangere vrouw zelf vaker complicaties van de infectie, zoals het chronische worden van de infectie. Deze complicaties leken te verminderen door gebruik van het antibioticum co-trimoxazol(1). Bij zorgverleners en experts is de vraag gerezen of screenen van alle zwangeren op Q-koorts zinvol is(2) . Grootschalig onderzoek en onderzoek naar de positieve dan wel negatieve effecten van langdurige behandeling met co-trimoxazol bij asymptomatische zwangeren ontbreken echter. Dit onderzoek hoopt hier meer inzicht in te kunnen geven, zodat in de toekomst een goed wetenschappelijk onderbouwd beleid gevoerd kan worden.
Wat houdt het onderzoek in?
Het doel van het onderzoek is bepalen of screenen op Q-koorts zinvol is bij alle zwangeren die gecontroleerd worden in de eerste lijn. Hiertoe moet een interventiegroep met een controlegroep worden verleken. De primaire uitkomstmaat zijn maternale- en obstetrische complicaties optredend na het eerste trimester van de zwangerschap. Indien de verloskundige besluit tot het verlenen van medewerking, dan zal de praktijk gerandomiseerd worden toegewezen voor het rekruteren van zwangeren in de controlegroep of de interventiegroep.
Voor een schematisch overzicht van de studieopzet klik hier.
Beleid bij positieve screening
Voor de interventiegroep is het advies om bij een positieve screeningsuitslag (schatting 10% van de zwangeren) de zwangere te verwijzen naar de tweede lijn, waar zij een behandelingsadvies met antibiotica krijgt. De behandeling valt onder de verantwoordelijkheid van de gynaecoloog en is geen onderdeel van het studieprotocol. In verband met de beschreven complicaties van Q-koorts tijdens de zwangerschap, is het advies om ook de vervolg zwangerschapscontroles en de partus plaats te laten vinden in de tweede lijn. De verloskundige kan, in overleg met de gynaecoloog, ook besluiten om de controles in het geval van een positieve screening, in de eerste lijn te continueren. De onderzoekers adviseren echter wel bij alle Q-koorts positieve zwangeren de partus (poli)klinische te laten plaatsvinden. Zo kunnen de optimale maatregelen worden getroffen om het besmettingsgevaar van de omgeving te minimaliseren. Tevens dient de placenta onderzocht te worden door de patholoog-anatoom en zal een kinderarts de pasgeborene nakijken.
Voor richtlijnen met betrekking tot vervolgserologie en zwangerschapscontroles klik hier. Voor een richtlijn met betrekking tot voorzorgsmaatregelen rond de bevalling klik hier.
Inclusiecriteria
- Zwanger en onder controle in de eerste lijn
- 18 jaar en ouder
- A terme datum tussen 1 juni 2010 en 31 december 2010. Deze datum is van belang om het onderzoek op tijd afgerond te krijgen voor het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport.
Exclusiecriteria
- Zwangeren die de Nederlandse taal niet begrijpen.
- Zwangeren die lichamelijk of geestelijk niet in staat zijn om aan dit onderzoek mee te doen.
- Zwangeren die in het verleden positief zijn getest op Q-koorts.